Gado dede rood

Gado dede rood

Normale prijs
€6,50
Aanbiedingsprijs
€6,50
Normale prijs
Uitverkocht
Eenheidsprijs
per 
Inclusief belasting Verzendkosten worden berekend bij het afrekenen.

Carib Indianen maken de paarse blaad-
jes van dit kruid fijn en wassen hun haar ermee.
Het zou helpen tegen haaruitval en de haargroei
bevorderen. Marrons vermengen de fijngewreven
blaadjes met kokosolie en smeren dat in hun haar
om het sneller te laten groeien. Het sappige kruid
wordt tot moes gestampt en vermengd met wat
castorolie (van Ricinus communis), krapa-olie
(Carapa spp.) of melasse en op abcessen gelegd
zodat ze openbreken (Sedoc, 1992). Als men na
een gevecht gewond is geraakt en de pijlpunt of
kogel is diep in de wond blijven zitten, wordt de
rode gadodede fijngestampt. Het slijm uit de sten-
gels wordt op de wond gedruppeld, en deze wordt
verbonden met de uitgeknepen plantenmassa. Als
dit kompres gedurende vijf etmalen dagelijks
wordt ververst, zou je het projectiel er gemakke-
lijk uit kunnen trekken (May, 1982).
Een thee van in de zon gedroogde rode gadodede
drinkt men bij ongedefinieerde ziekteverschijnse-
len, lichaamspijnen en hoge bloeddruk. Volgens
Yolanda Amimba moet je het wel lang doorkoken,
anders krijg je jeuk. In Nieuw Kofikamp wordt
het sap uit de uitgeperste planten met pemba ge-
mengd en aan kinderen met fyofyo gegeven, zo
blijkt uit een herbariumlabel van Conservation
International (CI 0470).
Het paarse kruid wordt toegevoegd aan kruiden-
baden om yorka’s weg te jagen. Samen gekookt met bacoveblad (Musa sp.) kan men het bad ge-
bruiken om een vloek ongedaan te maken. ‘Als
mensen je dood wensen, ga je niet dood, je wordt
juist flinker van’, aldus de Arawaks geïnterviewd
door Sofie Ruysschaert in Powakka. In een krui-
denbad om de slangengeest pawinti tevreden te
stellen gaan behalve rode gadodede ook zeven
waterhyacinthen (Eichornia crassipes, twee stuk-
ken akansa (dikke maïspudding in een bananen-
blad gewikkeld), sangrafu (Costus spp.), luisawiri
(Eclipta prostrata), bier, pemba en melasse (Sedoc,
1992). Sedoc gebruikt het paarse kruid ook in een
‘ingi watra’, een kruidenbad voor de Indianen-
geesten die bij de grote Surinaamse rivieren wonen
(de Marowijne, Cottica, Commewijne, Sara-
macca, Coppename, Suriname en de Nickerie).
Aan het bad worden ook toegevoegd: kusuwé blad
(Bixa orellana), piëpië páu (Lippia alba), zeven
bladeren en de geraspte rode en groene ingi taja
(Maranta arundinacea), een stuk gestampte zoete
cassave, en ‘watra sinsin’ (waarschijnlijk Mimosa
pudica). Het water met de gestampte planten-
massa wordt rood gekleurd met drie Bixa vruchten,
en vervolgens wordt parfum of rode lavendelolie
toegevoegd. Met dit mengsel baadt men om de
Indianengeest te verwennen.

 

Bron: Medicinale en spirituele kruiden van Suriname